De Peterbilt van Jan de Ridder

BIGTRUCK VINTAGE

In de omgeving van zijn woonplaats Elspeet kent zowat iedereen Jan van de Ridder, de man met de vrachtwagen-tic. Hij heeft de gewoonte om op zaterdagmiddag met één van zijn oldtimers een rondje in de buurt te maken. Wij kennen Jan als trouwe OCV toerrit deelnemer met zijn Scania L111 trekker met oplegger. Zijn omgeving kent hem ook vanwege zijn rondjes met zijn Volvo NH12 en zijn Peterbilt trekkers. Daarnaast toert hij graag over de Veluwe met een auto uit zijn verzameling Amerikaanse oldtimers of op 1 van zijn trikes die hij ook in bezit heeft.

Aanpakken werd met de paplepel ingegoten

Maar het is de recent gerestaureerde Peterbilt, waarvoor we een afspraak gemaakt hebben met Jan. Voor we de Amerikaan gaan bekijken, praten we over hoe de vrachtwagen hobby van Jan tot stand gekomen is. Hij steekt van wal: “Je moet weten dat wij thuis een bedrijf hadden, dat aan de landbouwers in de omgeving mest- en voedingsstoffen leverde. Aanpakken werd ons met de paplepel ingegoten. Al op 8-jarige leeftijd hielp ik op een zaterdag de overbuurman, die een garagebedrijf in zijn schuur voerde. Aan het eind van die dag kreeg ik een tientje als beloning en ik dacht toen: daar moet ik vaker heen. Dat resulteerde er in dat ik daar tot mijn 18e van alles gedaan heb, van een beurtje geven, motorrevisies, tot schadeherstel inclusief het strakmaken en spuiten aan toe. Na mijn 18e ben ik mij als zelfstandige gaan verhuren aan bedrijven en dat resulteerde uiteindelijk in een soort regionaal uitzendbureau, waarin ik op de top 85 mensen in dienst had. In 2012 heb ik dat bedrijf verkocht en ben toen verder gegaan met mijn andere bedrijven Rimondia en Varidon, waar we onder andere bloedmonsters van kalveren analyseren en aan boeren advies geven omtrent voeding voor de dieren. Het draait bij ons om het dierenwelzijn, daarin zijn we echte pioniers”, zegt Jan met gepaste trots.

Aankoop eerste Scania Vabis

“Maar terugkomend op jouw vraag, ik had niets met vrachtwagens, behalve dat je ze nodig hebt om spullen te vervoeren. Dat veranderde toen er een koper kwam voor een oude luchtgekoelde Deutz motor die mijn vader nog had staan. Die werd opgehaald door een mijnheer uit Elburg met een Scania Vabis L36. Dat vond ik een mooie vrachtwagen, met zijn korte neusje. Ik werd uitgenodigd om maar eens bij hem te komen kijken, want hij had er nog meer staan. En daar is toen het vuur ontstoken. Mijn eerste aankoop was een Scania Vabis L86 kipper, die al zo’n 25 jaar had stilgestaan. Hoewel hij met een paar goede accu’s al snel startte en zelfs goed liep, was er veel narigheid aan. Hij lekte aan alle kanten en was eigenlijk gewoon op en ik heb die maar weer van de hand gedaan. Daarna kocht ik in 2007 de Scania L111 trekker die eigenhandig, inclusief het plaatwerk, gerestaureerd is. In 2012 was die klaar. Ik kocht er nog een semi-dieplader achter en had daar twee oude legerauto’s op staan als lading, zo reed ik mee met de toertochten. Die legerauto’s heb ik recentelijk verkocht aan een liefhebber, die zijn ook goed terechtgekomen.”

De eerste kennismaking met de toen nog matzwarte Peterbilt

Een Peterbilt willen is één, hem vinden is een ander ding.

“Dat restaureren is me goed bevallen, ik zie het naast mijn werk als een soort van ontspanning en ja, toen die Scania klaar was begon het weer te jeuken. In 2014 kocht ik een Volvo NH die in 2016/2017 compleet is gerestaureerd. Ter ere van het 25-jarig jubileum als ondernemer kocht ik voor promotie in 2016 mijn eerste Peterbilt truck, deze was reeds gerestaureerd, alleen de binnenkant van de cabine niet, dat hebben wij later nog gedaan. Omdat we graag ooit nog een Peterbilt in onze eigen rode kleur wilden hebben, gingen we op zoek naar een geschikte auto. Een Peterbilt willen is één ding, een geschikte Peterbilt vinden is een ander ding. In Elburg stond er ééntje in de juiste kleur rood en in goede staat, maar die was niet te koop, jammer dus. Na veel zoeken, vonden we er één in Klazienaveen, een matzwarte Peterbilt die er goed uitzag, alle chroom netjes gepoetst en gewreven. Hij was te koop, maar voor te veel geld naar de mening van Jan, de Peterbilt bleef dus in eerste instantie bij zijn eigenaar. Na een half jaar of zo, het was volgens mij 2019, belde ik nog eens met de man en toen zijn we het toch samen eens geworden. Na het eerste bezoek had de trekker al die tijd in een stoffige loods gestaan, de reclame was eraf gehaald en het chroom was stoffig en dof. Toen we hem gingen ophalen, sloeg de schrik me om het hart, hij zag er niet uit. Thuisgekomen hebben we de trekker schoongemaakt en hij viel eigenlijk toch wel mee en we besloten hem voorlopig maar zwart te laten. Het is leuk om te weten, dat de trekker van Canadese oorsprong is en daardoor een kilometerteller in plaats van een mijlenteller heeft en dat deze ook nog voor de trailer van een racing team gestaan heeft. Er is zelfs nog een foto gevonden, waarop Henk Wijngaard bij de auto staat. Die foto met Henk zouden we best nog eens willen maken.”

Beide Peterbilts van Jan

De Peterbilt voor de loods van Jan, met een afbeelding van een ridder op de muur

Al eerder mee kennisgemaakt

“Het is dezelfde Peterbilt als waar je in 2021 een rondje mee hebt gereden." Dat is waar en ligt nog vers in het geheugen, ondergetekende was toen bij Jan om naar zijn Volvo NH12 te kijken en foto’s te maken en, nadat we een rondje Veluwe gedaan hadden, vroeg Jan of ik zelf ook niet zo’n rondje wilde rijden. Dat is niet te weigeren, echter had Jan een verrassing in petto, het was geen rondje met, zoals ik verwachtte, de Volvo. “Die is immers al buiten geweest", maar met de matzwarte Peterbilt. Wat een belevenis was dat, met zijn draaicirkel van een oceaanstomer en zijn ongesynchroniseerde versnellingsbak. “Na de aankoop van de zwarte Peterbilt kwam onverwacht de eerder genoemde rode trekker in Elburg te koop en die is toen ook maar naar Elspeet gehaald, we hebben toen een tijdje 3 Peters in de schuur gehad”, aldus Jan.

Een driemanschap met gouden handjes, van links naar rechts: Henrico, Jan en Rob

Gemotiveerd driemanschap

We spreken nu in ‘we’ vorm omdat we in de loop der tijd van 1 naar 3 liefhebbers zijn gegaan, zoon Rob heeft dezelfde liefhebberij als vader Jan en Henrico die al jaren regelmatig als zelfstandige werkzaam is voor het bedrijf deelt ook dezelfde passie. Het is in de periode dat de drie mannen een Bartoletti trailer, om achter Peterbilt nummer 1 te komen, aan het restaureren waren, dat de keus werd gemaakt om de zwarte Peterbilt te restaureren, maar pas als de oplegger klaar was. Eén ding tegelijk, is het motto. En zo werd in oktober 2023 begonnen met de restauratie. “Aan deze Peterbilt hebben we met zijn drieën zo’n twee jaar gewerkt, praktisch iedere maandag-, woensdag- en donderdagavond, alsmede zaterdagmorgen. We bezochten ook met zijn drieën truckshows en dergelijke om ideeën op te doen, alles wat er op is gekomen hebben we samen bedacht.”

Grondig te werk gaan

Wat er af gehaald kan worden, wordt er af gehaald, de mannen gaan grondig te werk. Aan de techniek hoeft, volgens Jan, niet veel te gebeuren, maar ondanks dat worden toch praktisch alle losse delen, zoals remventielen, leidingen, de remmen zelf, de dynamo, koppeling enzovoorts vernieuwd. Het chassis is ook uitgebreid aan de beurt en komt weer als nieuw uit de loods, zo ook de motor, die aan wat pakkingen, v-snaren en een nieuwe dynamo genoeg had en een verse laklaag kreeg. Caterpillar geel natuurlijk.

Alfa Testarossa Competizione

De cabine werd ook niet vergeten, toen die spuitklaar was, werd er gedubd of er niet een wat spannender kleur rood gebruikt zou worden. Na het nodige wikken en wegen werd gekozen voor de kleur rood met de naam Alfa Testarossa Competizione, een parelmoerlak. Voor de striping werden wat ontwerpen door Filmploeg Barneveld gemaakt, geïnspireerd door diverse foto’s van Amerikaanse Peterbilts. Na de keuze van het mooiste schema, werden de cabine, neus en slaapcabine bij Jan op de zaak uitgestald en er is met tape geoefend. Toen iedereen tevreden was, zijn deze losse delen naar Van Winkoop gebracht, waar het nauwkeurig uitgelijnd werd opgesteld en daarna door Jan, samen met Rob van Beugelsdijk (Van Winkoop reclame) en onder toezicht van Leo - bekend uit de YouTube serie Custom Made Trucks Holland - afgeplakt. De rode lak contrasteert mooi met de zwarte vlakken, waarin ook metallic flakes verwerkt zijn, en de zilveren biezen. Geen overdaad, maar mooi strak afgewerkt. Na het spuiten is al het plaatwerk weer teruggehaald en kon het opbouwen beginnen.

De achterschermen zijn schitterend gespoten, met wat metallic flakes in het zwart

De cabine is beplakt bij Van Winkoop in Ermelo

Speciaal ontworpen grille

Ook nu levert het trio geen half werk, alle chroomdelen worden vernieuwd, de achterbumper wordt naar eigen ontwerp gemaakt en de grille wordt ook speciaal gemaakt. In plaats van de standaard roostervorm, werd er een subtiel ontwerp gemaakt, waarbij de luchtgaatjes het ovaal van het Peterbilt embleem kregen. Als je het niet weet, zou je er zo aan voorbij gaan, maar het zijn juist dit soort details waar de hele auto mee vol zit. Overal is veel aandacht aan besteed, dat zie je en het interieur is zeker niet vergeten. Dat is, in dezelfde stijl als de eerdere Peterbilt, bekleed door een lokaal meubelstoffeerbedrijf. Ook die mensen verstaan hun vak, want alles zit netjes in de cabine. Het is dat Jan nog wijst op één ventilatierooster, dat niet helemaal bij de rest past, de leek ziet het niet. “Je loopt altijd wel tegen iets op, dat moeilijk te krijgen is en dit is één van die zaken. Voor de restauratie hebben we overigens de twee Nederlandse toeleveranciers ingeschakeld, de Chopperdokter uit Callantsoog voor accessoires en Spit US Trucks uit de Lutte voor de technische delen, zo houden we iedereen te vriend”, zegt Jan daarover.

Nu de Peterbilt weer in elkaar zit en alles naar wens functioneert, inclusief de circa 200 lampjes op de trekker, is het genieten voor de mannen. Op mijn vraag: “Wat nu, wat wordt het volgende project?" reageert Jan met “Dit is de laatste, het is mooi geweest!” Rob en Henrico glimlachen en merken alleen maar op, dat hij dat bij de vorige restauratie van zijn Volvo NH12 ook gezegd heeft. De tijd zal het leren.

Perfectie tot in detail, zelfs de armsteun is naar eigen ontwerp gemaakt

Slaapcabine als een balzaal

Tijd om de Peterbilt uit te laten. Jan start de 14,6 liter Caterpillar motor, gunt hem de tijd om wat op temperatuur te komen en daarna gaan we op pad, voor een rondje Veluwe, zoals Jan iedere zaterdag wel met één van zijn oldtimers rijdt. Dat de draaicirkel immens is, viel te verwachten, maar dat het comfort zonder meer goed is, is een meevaller. In mijn beleving is een Amerikaanse truck lomp en spartaans. Het tegendeel is waar, al is de cabine naar Europese maatstaven aan de krappe kant. Of, zoals Jan zegt, aan de knusse kant. Maar met zijn luchtgeveerd tandemstel, luchtgeveerde cabine en luchtgeveerde zetels is het goed toeven in de Peterbilt. Het dashboard is anders dan wat hier gewoon is. Het zit vol met allerlei meters en knoppen, waaronder de knop voor de Jake Brake. Een blik naar achter toont een slaapcabine als een balzaal en, afgezien van het motorgeluid, hoor je geen piepje, kraakje of rammeltje. De mannen hebben vakwerk geleverd! Een blik naar buiten, door het portierraam, gaat langs het chromen luchtfilterhuis, waar aan de buitenkant de nodige lampjes zitten. Tot mijn grote verbazing hebben de mannen zelfs in het luchtfilterhuis een oranje lampje weggemoffeld, waardoor het een grote schemerlamp lijkt. Aan ideeën geen gebrek, zo te zien. Aan het eind van de motorkap zit een bolvormige spiegel, de Amerikaanse versie van de trottoirspiegel. Verder valt op dat de trekker op 11R24,5 banden staat, een typisch Amerikaanse maat, want hier zijn we 22,5 gewend. Ook is de trekker uitgerust met een raampje, onder in het rechterportier, waardoor fietsers en voetgangers eerder te zien zijn.

Dit zie je als je de deur van de Peterbilt opentrekt

De knusse - zoals Jan het noemt - cabine met voldoende meters en schakelaars om je bezig te houden

Ook de slaapcabine is luchtgeveerd

De slaapzaal van de Peterbilt

Trek eens aan de luchthoorn

Jan rijdt met de Peterbilt, alsof het zijn trike is, rustig en beheerst, schakelt door de on-gesynchroniseerde versnellingen alsof het een zacht pakje boter is en bedient van tijd tot tijd de Jake brake. Dat is een motorrem die, behalve een goede vertraging, ook een pracht geluid produceert. Dat de jeugd, maar ook volwassenen, het bekende ‘trek eens aan de luchthoorn’ gebaar maken - en beloond worden - zegt genoeg over hoe zo’n mastodont op de Veluwe ontvangen wordt. De terrassen zitten vol, maar de meeste bezoekers hebben even geen oog voor hun ijsje, koffie of pannenkoek, maar kijken naar de Peterbilt. Dat is een nekkendraaier van jewelste! Na her en der wat foto’s gemaakt te hebben, zit de dag er alweer op. De trekker gaat de stalling in, we drinken nog wat en dan is een mooie dag voorbij.

Van een raceteam geweest

Wat valt er over de Peterbilt te vertellen? Het is een 379 van bouwjaar 1998, die oorspronkelijk in Canada gereden heeft en waar hij het aan te danken heeft dat er geen mijlen - maar een kilometerteller - in zit. In 2007 is hij naar Nederland gekomen, heeft bij een raceteam voor een race trailer gestaan en is in 2019 in handen van Jan gekomen. De motor is een Caterpillar 3406E en zou bij 2100 toeren 475 PK leveren, de versnellingsbak is een Eaton Fuller bak RTO 18 versnellingsbak en hij staat op 11R24,5 banden en een luchtgeveerd tandemstel..

Van Peterman naar Peterbilt

Peterbilt is een onderdeel van PACCAR, waar ook onze eigen DAF toe behoort. Begin twintigste eeuw was de heer T.A. Peterman een ondernemer in de houtindustrie en wilde het transport vanuit de bossen naar de zagerijen sneller laten verlopen. Na aanvankelijk met stoommachines geëxperimenteerd te hebben, ging hij over op verbrandingsmotoren en kocht daarvoor oude legervoertuigen op. Die werden aangepast aan het houttransport, na verloop van tijd kocht hij Fageol Motors uit Oakland op. Ondanks dat dit bedrijf goede voertuigen voor het houttransport bouwde, ging het failliet. Maar Peterman zette het dus voort. En vanaf 1939 werden de Peterman auto’s ook aan derden verkocht. Na zijn overlijden in 1945, werd het bedrijf verkocht aan een stel ontwikkelaars, om in 1958 in handen van PACCAR te komen. Toen werd de naam gewijzigd in Peterbilt en werden er alleen nog maar zware trucks verkocht. In de Verenigde Staten en Canada is Peterbilt een begrip, terwijl het in Europa een exoot is gebleven.

Bedankt Jan!

Laten we blij zijn, dat er enthousiaste mensen zoals Jan van de Ridder zijn, die deze stoere trucks een warm hart toedragen en ze naar Europa gehaald hebben, zodat we er allemaal van kunnen genieten!

Tekst en foto’s: Peter Winterswijk


Vorige pagina


Elektrisch slopen met de Volvo FH Aero Electric

Ontvang het laatste nieuws van BIGtruck in je mail!

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Volgende pagina


Code 95 e-learning met DAF XG+ Electric